Julia Hennig: ‘Respect voor elkaar kennis en kunde’

‘Het Restauratoren Register is er voor de academisch geschoolden én de in de praktijk opgeleide restauratoren. Het biedt de gelegenheid elkaar te leren kennen en elkaar te leren waarderen. En het is de beste garantie om vindbaar te zijn voor de opdrachtgever’, stelt Julia Hennig van het Rijksvastgoedbedrijf vast.


Julia Hennig voor de beschilderde behangsels in de La Fontaine zaal van het Johan de Witthuis te Den Haag – eigen foto

Verbinding vormen
‘Het Restauratoren Register werkt twee kanten op. Het vormt verbinding tussen de restauratoren onderling en het biedt de opdrachtgever, en met name de incidentele opdrachtgever, een ideaal middel om de vakbekwame restaurator te vinden’. Julia Hennig is lid van de Begeleidingscommissie van het Register en in het dagelijks leven architect bij het Rijksvastgoedbedrijf. Gespecialiseerd in, ‘maar dat vind ik een groot woord, liever zeg ik dat ik adviseer over historische interieurs. Een passie, meer dus dan werk of een vak’, voegt ze er gelijk aan toe. Het is de combinatie van de verhalen en het vakmanschap, vertelt ze. ‘De schoonheid van een deurknop of van een latei, en de verbeelding over een trap te mogen lopen waar twee eeuwen geleden iemand in ‘een soepjurk’ mij voorging. Mijn werk maakt het mogelijk om vrijwel dagelijks het ambachtsvak te kunnen aanschouwen, wanneer een wandbespanning wordt gerestaureerd of een vloerbedekking wordt hersteld’.

Belang voor opdrachtgever
Het belang zo zorgvuldig mogelijk om te gaan met ons cultureel erfgoed, maakt dat Julia Hennig vanuit het Rijksvastgoedbedrijf zich wil inzetten voor het Restauratoren Register. ‘Voor mij als professioneel opdrachtgever is het veel makkelijker een goede restaurator te vinden dan iemand die dat slechts incidenteel, en misschien maar één keer in zijn of haar leven, moet doen. Hoe vindt zo iemand in dat woud van restauratoren de meest bekwame, en in het object gespecialiseerde vakman of vakvrouw? En omgekeerd, hoe wordt die specialist gevonden? Het Register werkt dus twee kanten op. Het verbindt restauratoren onderling en hen met opdrachtgevers’.

Work in progress
Julia Hennig noemt het Register een ‘work in progress’. ‘Het is gestart, de basis is gelegd en het moet nu op- en uitgebouwd gaan worden’. Eén van de voor haar belangrijkste aandachtspunten is het vinden van consensus over de kwalificaties. ‘Je hebt de groep academisch geschoolden en je hebt de groep die zich in de praktijk hebben geschoold. Beide hebben hun waarden, geen van hen wil je tekortdoen. Toch is het streven uiteindelijk te komen tot een voor iedereen gelijkwaardig opleidingsniveau. Dat mag niet leiden tot een inflatie van de academische graad, want die mensen hebben er hard voor gestudeerd. Maar dat mag ook niet leiden tot een ontkenning van de kwaliteiten van hen die het vak bij wijze van spreken van vader op zoon hebben geleerd. Respect voor elkaars kunnen is dus essentieel’.

Olievlek
Ze zei het al, het Register moet nu gaan groeien. ‘Het moet zich als een olievlek gaan verspreiden. Bekend worden, je moet ervan gehoord hebben, het moet gaan leven. Het is net als het erfgoed zelf, je moet erover vertellen. Het uitleggen, er de verhalen over brengen en vervolgens relevant maken. Het belang van het vakmanschap tonen, aan de hand van mooie voorbeelden.’